D

Het is te vroeg om afscheid te nemen van gas, beweert Gertjan Lankhorst, ceo van GasTerra, in het FD van 23 augustus. Hij wijst op de gevaren van snel en ongecontroleerd uitfaseren van gas. Dat wil echter niemand, het moet uiteraard wel gecontroleerd. Maar ook bij GasTerra moet het besef doordringen dat Nederland van het gas af moet. Wat volledig ontbreekt in het betoog van Lankhorst is de urgentie. We hebben nog voor zo’n 15 jaar gas in Nederland. En we hebben nog zo’n 20 jaar om daadwerkelijk iets aan het klimaatprobleem te doen.

Gas is niet de oplossing voor het aanpakken van het klimaatprobleem, integendeel, gas is en blijft een fossiele brandstof die in hoge mate bijdraagt aan klimaatverandering. Nog meer dan we voorheen dachten, door het hoge percentage gaslekken. Als de hele wereld over zou schakelen van kolen naar gas zou dat nauwelijks invloed hebben op het klimaat, het zou hooguit een paar tienden van een graad schelen de komende 50 jaar. Dat geldt niet alleen voor aardgas maar ook voor vloeibaar gas, lng. Biogas en groen gas zijn weliswaar interessante opties, maar vooral op lokale en regionale schaal, en kunnen op nationale schaal nooit een volledige vervanging zijn voor aardgas. En de slimme framing dat gas een transitiebrandstof is in de omschakeling naar duurzame energie is achterhaald.

Illustratie: Hein de Kort

Kortom, als we daadwerkelijk het klimaatprobleem willen aanpakken moeten we naar een gasvrije economie. Dat betekent praktisch dat we in de komende 15-20 jaar de (zware, energie-intensieve) industrie en gebouwde omgeving aardgasvrij moeten maken. Dat is een formidabele opgave, wellicht vergelijkbaar met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het aardgasvrij maken van alle bestaande woningen en gebouwen heeft topprioriteit. Nieuwbouw zou sowieso verplicht aardgasvrij moeten worden, maar 50% van ons gas gaat naar bestaande huizen en gebouwen.

Technisch kunnen we bestaande woningen al transformeren tot energieneutraal door ze los te koppelen van de gasinfrastructuur en te voorzien van een isolatieschil, warmtepompen en zonnepanelen. In de jaren '60 hebben we binnen 10 jaar 90% van onze woningvoorraad aangesloten op aardgas, een razendsnelle transitie. Toen waren we de eerste en snelste in Europa. Nu zijn we al vijf jaar bezig met het gasvrij maken van bestaande woningen, en we hebben er nog geen 1000 gerealiseerd. Willen we de circa 7 mln huizen en gebouwen in Nederland in 20 jaar gasvrij maken, dan moet het tempo dus fors omhoog. Het levert bovendien 20 jaar lang werkgelegenheid (minstens 150.000 banen per jaar) en innovatie op. Dit zou hét Deltaproject van Nederland moeten worden: het hangt op politieke wil en leiderschap.

Dat geldt evenzeer voor het gasvrij maken van de energie-intensieve industrie (die verbruikt 35% van ons gas). Dat betekent naast energiebesparing vooral een compleet ander productieproces in de zware industrie. Niet langer gebaseerd op koolstof, maar op biomassa (tweede en derde generatie). De industrie moet niet langer aardgas verbranden maar groene grondstoffen gebruiken en van olieraffinage naar bioraffinage. We zijn al 10 jaar bezig met de bio-economie (‘biobased economy’), maar na een veelbelovend begin is dat vrijwel stilgevallen en wordt er nauwelijks meer in geïnvesteerd. Ook hier ligt een belangrijke taak voor de overheid: zo zijn er 69 wetten en regels die een belemmering vormen voor de bio-economie. Er zou een transitiewet moeten komen, die deze belemmerende wetten en regels tijdelijk aan de kant zet en vervangt door regels die de transitie naar een bio-economie daadwerkelijk bevorderen. Ook hierbij is veel meer snelheid en daadkracht geboden om een doorbraak te realiseren naar een gasvrije economie.

Bij de Gasunie dringt het besef van eindigheid van het gastijdperk inmiddels door, nu Gasterra nog. De oude framing was: gas is een transitiebrandstof voor de komende 40-50 jaar. De nieuwe framing is: gas is nog schadelijker dan we dachten en we moeten er snel van af. En Lankhorst weet ook: zelfs als we nu zouden besluiten om afscheid te nemen van gas, zitten we er nog minstens 20 jaar aan vast.

Prof. dr. ir. Jan Rotmans is hoogleraar transitiekunde aan de EUR en oprichter van DRIFT,  Urgenda en Nederland Kantelt.