De energietransitie is al zo’n 25 jaar bezig. Was Nederland ooit koploper op gebied van duurzaam energiebeleid, nu is het afgezakt naar de 25ste plek op de lijst van 27 EU-landen. Wij produceren nu zo’n 5% van onze energie duurzaam, dat is zo’n 3% winst in 25 jaar. Dat is zo absurd langzaam en een illustratie van falend energiebeleid, dat een gang naar de rechter gerechtvaardigd is.

Met zevenmijlslaarzen loopt Erwin van den Brink door de energietransitie heen in zijn artikel in het FD van 11 juli. Hij beweert dat een transitie niet afdwingbaar is via de rechter. De uitspraak van de rechter in het door Urgenda aangespannen proces tegen de Staat is weliswaar een kleine stap in een reeks van nog te nemen stappen in de energietransitie, maar kan in Nederland tot een versnelling ervan leiden, nog los van de uitstralende internationale werking.

Van den Brink schrijft ook dat de Energiewende in Duitsland geen goed voorbeeld is van een energietransitie. Over de Energiewende wordt veel onzin beweerd. Feit is dat het een fraai voorbeeld is van een transitie, er is sprake van een heftige strijd in Duitsland, met een frontale botsing van voor- en tegenstanders. Tegenstanders hekelen de overmatige subsidiëring van duurzame energie die leidt tot marktverstoring, schade voor de economie en het te gronde richten van de grote Duitse energiebedrijven. Deels terecht, omdat de overmatige subsidiëring wel erg radicaal en eenzijdig was en er te weinig aandacht is geweest voor CO2-beprijzing waardoor kolen- en bruinkoolcentrales weer aantrekkelijk werden. Feit is echter dat duurzame energie spectaculair is doorgebroken: 12% duurzame energie, met 25% duurzame stroom, tegen nog 10% in 2003. Ook bestaat er nog steeds brede steun onder de bevolking voor de Energiewende en heeft deze Duitsland economisch geen windeieren gelegd. De afgelopen 10 jaar zijn zo’n 400.000 banen gecreëerd. Maar bovenal heeft de Energiewende een katalyserende invloed gehad op andere landen, ook op Nederland.

100% duurzame energie kan met zon, wind, warmte en energiebesparing, zo wijzen tal van studies uit

Om Nederland duurzaam in zijn energiebehoefte te laten voorzien zou een oppervlakte van driemaal Nederland nodig zijn, beweert Van den Brink ook. Hij maakt hier een kardinale denk- en rekenfout en verwart duurzaamheid met zelfvoorzienendheid. Want 96% van die 125.000 km2 is nodig voor biomassaproductie en de resterende 4% voor zon en wind, waarvan de helft op zee. Het is onzinnig om te veronderstellen dat Nederland al zijn biomassa zelf gaat produceren. Geen enkel serieus energiescenario veronderstelt dat. Voor een 100% duurzame energievoorziening in Nederland zijn geen nieuwe technologieën nodig en ook betrekkelijk weinig ruimte.

100% duurzame energie kan met zon, wind, warmte en energiebesparing, zo wijzen tal van energiestudies uit. Discussie is er alleen over het tempo waarin dat mogelijk is: kan dat in 15-20 jaar (Urgenda-scenario) of in 30-50 jaar?

De sleutels zijn in elk geval duidelijk: het energieneutraal maken van de woningvoorraad en gebouwde omgeving. Technisch is dit heel goed mogelijk. Er zijn al zo’n 1000 woningen die energieneutraal zijn en losgekoppeld van de gasinfrastructuur. Verder gaat het om het vergroenen van de energie-intensieve industrie, het elektrificeren van vervoer, het stimuleren van decentrale, lokale energieopwekking (dat neemt een grote vlucht, er zijn nu al honderden lokale energie-initiatieven, en dat kunnen er duizenden worden de komende jaren) en energiebesparing. Dat laatste zou zo’n 2% per jaar moeten zijn bij energie-intensieve bedrijven, maar is al langere tijd slechts 0,8% per jaar. Dat moet dus worden afgedwongen door de overheid en worden gestimuleerd bij burgers, vooral via gemeenschappen van onderop, om aan te sluiten bij de lokale, duurzame energiebeweging.

Het kan dus wel met de huidige duurzame technologie. En het kan snel, in 20 jaar. Het hangt vooral op wilskracht, lef en leiderschap.

Jan Rotmans is hoogleraar transitiekunde aan de EUR en oprichter van Urgenda en Nederland Kantelt.