Hardnekkig blijven zoeken naar kleine beetjes gas is gerommel in de marge

En weer liet minister Henk Kamp een gasproefballonnetje op. Na het mislukte schaliegasballonnetje maakte hij gisteren bekend dat hij de komende jaren meer gas wil winnen uit de Noordzee om zo minder afhankelijk te worden van de import uit Rusland. Volgens Kamp is gas van cruciale betekenis in de transitie naar een volledig duurzame energievoorziening in 2050.

Dit is een onzalig idee van Kamp en bovendien weer een stap terug, daar waar Nederland er twee vooruit moet zetten. Bekijken we het idee van gaswinning op de Noordzee op zijn merites dan spat het ballonnetje al snel uit elkaar. De bewezen gasvoorraden in de Noordzee omvatten 118 miljard kubieke meter volgens TNO. Bij een conservatieve schatting van een beperkte gasproductie van 30 miljard kubieke meter, zoals voorgeschreven dit jaar, hebben we het dus over 4 jaar extra gas. Dit kleine beetje extra gas is bovendien duur om te winnen, want het gaat om veel kleine gasvelden, 268, die ook uitbreiding van de bestaande infrastructuur vergen.

Daarnaast zou er nog 165 miljard kuub gas zitten in gasvelden die nog niet zijn ontdekt. Maar dat zijn onbewezen voorraden en dus hele ruwe schattingen, die later vaak fors naar beneden worden bijgesteld, net zoals bij schaliegas. In het meest optimistische maar onwaarschijnlijke geval zou het dan om 5-6 jaar extra gas gaan. Alleen kan het nog wel 10 jaar duren voordat de opsporing en exploratie tot winning van gas leidt.

Kortom, het betreft hier relatief weinig gas, 4-10 jaar extra gas, tegen een hoge prijs, via een tijdrovend procedé. Hardnekkig blijven zoeken naar kleine beetjes gas is dus niet de oplossing, het is slechts gerommel in de marge. Daarachter schuilt de premisse dat gas een transitiebrandstof is, maar dat is allang achterhaald. We hebben nog zo’n 15 jaar om van het gas af te komen, op weg naar een gasloze economie, die draait op volledig duurzame energiebronnen.

Wat kan Henk Kamp dan wel doen? Ten eerste wordt hij gedwongen door de rechter om sneller over te schakelen op duurzame energie, en dus ook sneller van het gas af te stappen. 25% CO-reductie in 2020 is bepaald geen sinecure, dat vergt al forse ingrepen in de fossiele infrastructuur. Maar na 2020 begint het pas echt, en barst de transitie naar een gasloze economie in volle hevigheid los. Twee maatregelen zijn dan zeer effectief en zetten echt zoden aan de dijk:

-         Verduurzamen van de energie-intensieve industrie (verbruikt 35% van ons gas). Dat betekent vooral efficiënter met energie omgaan, dus minder energie verspillen: de energiebesparing moet worden opgevoerd van 1% per jaar nu naar 2% per jaar. Daarnaast moet het productieproces in de zware industrie niet langer gebaseerd zijn op koolstof maar op biomassa (2de en 3de generatie). De industrie moet niet langer  aardgas verbranden maar groene grondstoffen gebruiken, en van olieraffinage naar bioraffinage.

-         Verduurzamen van de gebouwde omgeving (verbruikt 50% van ons gas). In de jaren 60 hebben we 90% van onze woningvoorraad aangesloten op aardgas, een razendsnelle transitie. In datzelfde tempo kunnen we nu de omgekeerde transitie doorvoeren: onze woningvoorraad zo snel mogelijk loskoppelen van het aardgasnet en energieneutraal maken. Er zijn nu al zo’n 1000 energieneutrale, gasloze woningen, dat kunnen er honderdduizenden worden de komende jaren. Dat levert structureel werkgelegenheid en innovatie op.

We kunnen dus in 15 jaar tijd de industrie en de gebouwde omgeving aardgasvrij maken. Technisch is dat nu al mogelijk. Het hangt op het slim en innovatief organiseren en het creëren van de juiste financiële prikkels. Maar het hangt vooral op een minister met lef en visie, die niet rommelt in de marge en blijft hangen in het verleden, maar de transitie naar een gasloze economie echt een impuls geeft.