Jan Rotmans: “Wij moeten de afbraak versnellen”

Freek Kallenberg | 21 februari 2015 |

Dat we op weg zijn naar een mooie, schone en energieke samenleving staat volgens Jan Rotmans vast. Het gaat alleen niet snel genoeg. Daarom lanceerde hij onlangs een nieuwe beweging en een nieuw boek: Nederland kantelt.

In een volgepakt Pakhuis de Zwijger in Amsterdam lanceerde Jan Rotmans november vorig jaar het initiatief Nederland Kantelt: een digitaal netwerk, een ‘kantelteam’ en zijn nieuwe boek Verandering van tijdperk, Nederland Kantelt. Gezamenlijk vormen ze het fundament voor een nieuwe samenleving die volgens de Rotterdamse hoogleraar transitiekunde op veel plekken in Nederland al zichtbaar is. Deze samenleving kan spannender, leuker, mooier en energieker worden. Op de website Nederlandkantelt.nl staat het zo: “Het is een maatschappij waarin we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor duurzame energie, gezond voedsel en mensgerichte zorg. Niet omdat het moet van de gemeente, de belastingdienst of de leraar, maar omdat je voelt dat je zo wilt leven.”

Wie een bijeenkomst zoals die in Pakhuis de Zwijger of een van de vele andere lezingen en presentaties van Rotmans bezoekt, kan de indruk krijgen dat de nieuwe samenleving binnen handbereik is, maar zelf weet hij beter. Hoewel hij ervan overtuigd is dat de oude orde zijn beste tijd heeft gehad omdat die niet meer aansluit bij de complexiteit van onze huidige tijd, is de oude orde weerbarstig en verdwijnt zeker niet vanzelf.

“Ik heb altijd gezegd dat de transitie een heftige strijd wordt”

“Ik heb altijd gezegd dat de transitie een heftige strijd wordt”, zegt Jan Rotmans in zijn werkkamer van het transitieonderzoeksinstituut DRIFT op de zestiende verdieping van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit. “Daarom werd 10 jaar geleden gelachen, maar je ziet het nu gebeuren. Het oude blijft zich verzetten tegen het nieuwe. Dat levert heel veel schade op in termen van economische afbraak en werkgelegenheid. Daarom moeten we het nieuwe ondersteunen en de transitie versnellen.”

Het initiatief Nederland Kantelt en het eerder mede door u opgerichte Urgenda moeten dat bereiken?
“We begonnen acht jaar geleden met de actieorganisatie Urgenda omdat we een lacune zagen. De politiek zat vast, de milieubeweging zat in haar klassieke defensieve rol terwijl er tegelijkertijd in de samenleving allerlei kleine initiatieven ontstonden. Er was dus grote behoefte aan een club die probeert te verbinden wat er al is en opschaalt wat belangrijk wordt. Een soort milieubedrijf. Wij zagen dat de klassieke milieuorganisaties niet doen, daarom deden wij het. Zo haalden we als eerste op grote schaal zonnepanelen uit China naar Nederland, geen bedrijf of bank wilde daarin geld steken. Daarna ging Natuur & Milieu dat imiteren, maar ze vergeten dat het vooral gaat om het verbinden en sterker maken van bestaande initiatieven. Maar daar houden ze zich onvoldoende mee bezig. Wel werken ze samen aan een slap compromis als het Energieakkoord, wat bij lange na niet toereikend is.”

Van het Energieakkoord bent u zoals bekend geen fan.
“Nee, ik werd bekritiseerd toen ik dat twee jaar geleden riep, maar inmiddels vindt zelfs Hans de Boer van VNO-NCW dat het akkoord tekort schiet. Er komt dit jaar een upgrade, maar als je nu weer met al die clubs om tafel gaat zitten, krijg je hetzelfde soort compromis. Dan komen de dingen waarover het in Nederland echt gaat − gas, energiebesparing en de nieuwe economie − er wederom niet in. Natuurlijk is het goed dat de milieuclubs hierin samen optrekken, maar je wordt weggespeeld door de agenda van het oude regime.”

Volgens u zijn de huidige milieuorganisaties onderdeel van het oude regime. Kunnen ze zich beter opheffen?
Lachend: “Ja, eigenlijk wel, en daar maak ik weer geen vrienden mee, maar iemand moet het zeggen, laat ik dat dan zijn. Milieuclubs zijn de afgelopen decennia heel succesvol geweest, maar je zou ze nu niet meer oprichten in hun huidige vorm. Dat vinden overigens veel mensen, alleen durven die dat niet openlijk te zeggen.”

En u meent het?
“Vijftien jaar geleden was ik te gast bij FNV Bondgenoten en vroeg hen: zouden jullie jezelf nu nog oprichten? Zou je je op dezelfde manieren organiseren? Toen werden ze boos, dan ben ik gelijk tegen de vakbond. Dat is niet zo, mijn vader was een aanhanger van de vakbond. Een half jaar geleden stond ik weer voor de vakbond en nu gaven ze me gelijk, ze waren niet meer boos, alleen zeiden ze ‘we kunnen dat natuurlijk nog niet naar buiten brengen’. Er blijft overigens wel behoefte aan een vakbond, maar een ander soort, meer actiegericht en pragmatisch waar je je per actie aan kan verbinden i.p.v. dat je daar een leven lang lid van bent. Ik kijk hier dus instrumenteel naar, in het licht van deze tijd, los van mijn persoonlijke voorkeur. Aan Milieudefensie zou ik dezelfde vraag stellen: zou je zo’n organisatie in deze tijd nog oprichten?”

Wat zou het antwoord moeten zijn?
“Nee natuurlijk. Kijk alleen al naar het woord. Milieu en defensie. Milieu is duurzaam geworden en ook dat is alweer ouderwets. En waarom defensie? Wat moet je verdedigen? Milieudefensie is juist heel succesvol geweest. De afgelopen 40 jaar hebben we een heel succesvol milieubeleid gehad, de kwaliteit van lucht, bodem en water zijn enorm verbeterd. Mede dankzij Milieudefensie. Dus vier je successen en hef jezelf op. Natuurlijk ontdekten we nieuwe nog veel grotere problemen en we zijn de lat steeds hoger gaan leggen, maar begin daarvoor iets nieuws met een nieuwe naam.”

Waarom? Milieudefensie heeft de steun van tienduizenden mensen, kan mensen mobiliseren, boekt nog steeds successen.
“Ik ben getriggerd door dat ‘tegen’. Jullie zien jezelf als waakhond. Ik ben daarin ook ambigu. Ik verzet me ook tegen kolencentrales en ben ook boos als Shell-directeur Ben van Beurden roept dat we heus het klimaat niet gaan redden. Dus er is nog steeds tegenwicht nodig tegen het oude denken. Maar daarmee alleen winnen we het niet van de energie-intensieve industrie en clubs als VNO-NCW. Want dan bepalen zij nog steeds de agenda en komen we niet van ze af, of in ieder geval veel te laat.”

Wat moet er dan wel gebeuren?
“Wij moeten zorgen dat we de afbraak versnellen. Dat kan je op twee manieren doen. Door er nog harder op te drukken, of door er iets tegenover te zetten. Ik doe ook dat laatste. Onder meer met Nederland Kantelt, maar ook door op andere manieren te verbinden. Ik wil stimuleren dat de nieuwe economie, die nu nog maar 2 tot 4 procent van de economie beslaat, zo snel mogelijk uitgroeit naar 15 tot 20 procent. Dan is er geen weg terug meer.

“Zou je in deze tijd een organisatie als Milieudefensie oprichten? Nee natuurlijk”

Dus Milieudefensie kan beter 75 procent − ik zeg niet 100 procent − van haar energie gebruiken om de start-ups sneller groot te maken. En deze koppelen aan de grote bedrijven. Want we hebben nog een jaar of tien hybride vormen nodig waarbij de kleine initiatieven en grote bedrijven samenwerken. Koppel boeren aan de biochemische industrie, verbind lokale energie-initiatieven. Want nu dreigt een flink aantal van de 500 initiatieven het loodje te leggen. Ga ze helpen! Je kunt beter stimuleren dat het kleine sneller groot wordt, waarmee je de afbraak van het oude regime versneld, dan dat je tegen het oude regime tekeer gaat.”

Is dat geen rol van de overheid?
“De gehele configuratie is aan het veranderen, niet alleen economisch, ook maatschappelijk. Toen ik 30 jaar geleden begon met milieu en duurzaamheid kwam ik elke week in Den Haag. Toen vroegen ambtenaren: ‘Jan, hoe krijgen we die bedrijven en burgers mee?’ Nu kom ik iedere week in het land en vragen bedrijven en burgers: ‘Jan, hoe krijgen we Den Haag mee?’ Dat is een gigantische omslag, die onderschatten we wel eens. Den Haag is niet langer het episch centrum. Het gebeurt in de regio’s. Draai je eens 180 graden om. Kijk niet naar Den Haag, maar naar de samenleving, zie eens wat daar allemaal gebeurt.”

Den Haag doet er niet meer toe?
“Dat zeg ik juist niet. Je hebt een slimmere en sterkere overheid nodig dan nu. Maar ze moet vooral faciliteren. Richting geven, de lat hoog leggen en zeggen: ik geef maximale ruimte aan die nieuwe initiatieven. Nu zit de wet- en regelgeving de nieuwe economie enorm in de weg. Uit een inventarisatie van het ministerie van Economische Zaken bleek dat er 70 belemmerende wetten en regels waren die operationeel en vaak ook structureel de bio-economie in de weg zitten. Die moeten worden opgeruimd.”

Terwijl het kapitalisme momenteel van crisis naar crisis gaat, pleit u toch voor een kapitalisme 3.0. Terwijl bijvoorbeeld Naomi Klein zegt dat we het kapitalisme moeten overwinnen om het klimaat en de mensheid te redden.
“Het kapitalisme heeft ons veel goeds gebracht. We zijn nu drie keer zo welvarend als 50 jaar geleden. Waar ik op tegen ben is het huidige hyperkapitalisme dat ten koste van alles wil groeien. Maar dat zit niet zozeer in het kapitalisme sec, dat zit in ons. We zijn er goed in de schuld buiten onszelf te leggen, in een systeem te gieten. Maar zolang wij geen genoegen nemen met minder, maar ongeremde groei voorop stellen ten koste van, verandert het niet. Wij hebben dat systeem gemaakt. Wij zijn dus ook in staat dat te veranderen. Door nieuwe vormen van democratie te ontwikkelen en een nieuwe vorm van kapitalisme, een inclusieve vorm. Eén die niet ten koste van alles groeit, maar binnen zekere grenzen opereert. Maar dan nog moet je het eerst in jezelf zoeken, wij moeten bereid zijn met minder genoegen te nemen.

“We zijn er goed in de schuld buiten onszelf te leggen, in een systeem te gieten. Maar zolang wij geen genoegen nemen met minder, maar ongeremde groei voorop stellen ten koste van, verandert het niet”

Dus in die zin vind ik de analyse van Naomi Klein intellectueel tekort schieten, ze is ook geen systeemdenker. Wat ze goed ziet, is dat we een brede beweging nodig hebben om druk te zetten op dat systeem. Vanuit systeemdenken is dat ook het meest effectief. We hebben het 30 jaar gezocht in de politiek, die moest het oplossen. Dat blijkt niet te gaan. Wij moeten nu massaal druk zetten op het politieke systeem.”

Dus toch veel mensen mobiliseren? De ouderwetse vakbonden en milieuorganisaties hebben veel leden, die kunnen we dus prima gebruiken?
“Het gaat niet zozeer om de hoeveelheid, maar om de kwaliteit. Ik heb niet direct leden achter me, maar wel een groeiende beweging, en ik heb autoriteit, waardoor ik wel een soort bedreiging vorm. Vooral omdat mijn gedachtegoed bedreigend is voor hen.
Je moet niet denken in termen van leden die je continu aan je bindt, maar in het vermogen om heel snel mensen te mobiliseren. Dat zijn geen leden, maar wel communities die achter ons gedachtegoed staan. Actiegericht en pragmatisch. Je moet strategisch leren schaken op drie borden te gelijk, macro, meso en micro. Dat doen we met Nederland Kantelt en dat zou voor Milieudefensie ook wel nuttig zijn.
Begrijp me goed, het gaat er niet om dat ik het zie en de rest niet. Integendeel, ik word vaak genoeg verrast. Ik kan ook niet alles overzien, maar als je er jarenlang elke dag mee bezig bent, bouw je een soort intrinsieke logica op. Steeds meer mensen zien dat die transitielogica klopt en ik probeer mensen te empoweren, sterker te maken in dat nieuwe spel door ze vaardigheden mee te geven. Dat nieuwe spel moet je kunnen meespelen.”

Kunnen transities ook mislukken?
“Van de tien transities mislukken er zes tot acht. Een mislukking hoeft niet te betekenen dat je à la de Club van Rome een overshoot collapse krijgt en er straks 3 miljard mensen minder zijn. Dat zou een totale mislukking zijn. Maar je kunt ook op een suboptimaal niveau uitkomen, waarbij we over veertig jaar onze energie voor de helft met gas opwekken en de andere helft duurzaam. Dat is een deels mislukte transitie. Uiteindelijk kom je wel uit op 100 procent duurzaam, maar dat duurt dan langer, kost veel meer geld en geeft meer fricties.”

Maar dat het op den duur schoner en groener wordt staat vast?
“Dat kan toch niet anders! De hoeveelheid schone elektriciteit is de afgelopen 10 jaar verdubbeld. Er is geen enkel signaal dat dat wordt afgeremd. Het zijn economische wetmatigheden: het rendement van zonne- en windenergie neemt fors toe. Die van fossiele energie neemt af: het is moeilijker te winnen en levert minder op. Dus de tendens wordt schoon. De vraag is alleen hoe snel kan het en hoe snel willen we het? Het kan in 20 jaar, maar het kan ook nog 50-100 jaar duren. Het is ook geen lineaire lijn. We moeten ons voorbereiden op discontinuïteiten, op verrassingen en sprongen.”

Biografie

Geboren: 29 maart 1961 in Rotterdam
Opleiding: Studeerde wiskunde aan de TU Delft en Universiteit van Maastricht.
Werk: Begon in 1985 bij het RIVM als stagiair en studeerde in 1986 af op het IMAGE model waar hij in 1990 op promoveerde. Hij werd projectleider van het IMAGE project en later van het TARGETS project, een mondiaal model voor duurzame ontwikkeling. Werkte twee jaar bij de VN aan de evaluatie van mondiaal duurzaamheidsbeleid. Werd in 1991 bijzonder hoogleraar en daarna in 1997 voltijds hoogleraar in Maastricht en richtte daar in 1998 het ICIS instituut op, wat nog steeds bestaat. In 2004 werd hij hoogleraar transitie en duurzaamheid in Rotterdam. Daar zette hij Dutch Research Institute For Transitions (DRIFT) op. Werkt ook naast zijn wetenschappelijke werk actief aan de transitie van Nederland. Richtte in 2007 Urgenda op en lanceerde november 2014 Nederland Kantelt.
Publicaties: Ca. 200 publicaties over klimaatverandering, integrale modellen, onzekerheid, duurzaamheid, transities en transitiemanagement. Schreef 25 boeken, waaronder In het oog van de orkaan (2012) en Verandering van Tijdperk. Nederland Kantelt (2014)
Web: www.janrotmans.nl, www.nederlandkantelt.nl