Ik heb hierbij, mede op basis van reacties van anderen, zoals Henri Bontenbal, Jaap ’t Hooft en Jean-Paul van Soest, de 10 belangrijkste feitelijke onjuistheden en misconcepties in het relaas van Sommer beknopt blootgelegd:

-         Windenergie is niet ‘onbetrouwbaar’ maar juist heel betrouwbaar, de stroomproductie uit windenergie is redelijk goed te voospellen. Windenergie is uiteraard wel variabel en afhankelijk van de windkracht. Uit een eerste test in Duitsland, waarbij het elektriciteitsnetwerk volledig op duurzame energie draaide, bleek dat het netwerk ‘shockproof’ was, d.w.z. stabiel bleef.

-         Vergelijking tussen grootschalige windenergie op zee en het Fyra-debacle gaat volledig mank. De overheid investeert niet in windmolens, zoals de overheid wel Fyra-treinen koopt, maar in geleverde kilowattuur windenergie. In Fyra-termen, betaalt de overheid, nadat de passagierskilometers zijn gemaakt, extra voor de gereden passagierskilometers. Het risico ligt hier bij de ondernemers, in dit geval de off-shoresector, en niet bij de overheid.  

-         Windmolenparken op zee zouden ten koste gaan van het strandtoerisme. Ook dit is niet waar. De te bouwen windmolenparken komen buiten de 12 mijlszone bij Katwijk en Egmond, die zijn dan net zo slecht zichtbaar als het Amalia windmolenpark voor de kust van IJmuiden. Uit onderzoek naar het windmolenpark bij Egmond aan Zee, het eerste grote Nederlandse  windmolenpark in zee uit 2006, bleek dat dit park niet ten koste gaat van het strandtoerisme. Kortom, de vooronderstelling dat de windmolenparken het toerisme schaden is nergens op gebaseerd.

-         De Noordzee zou worden ‘volgebouwd met windmolens’. In werkelijkheid benut Nederland de haar toegewezen ruimte voor windenergie nog nauwelijks. Dit in tegenstelling tot Engeland, Duitsland en Denemarken die veel meer ruimte in de Noordzee benutten. Overigens gaat het in geval van Nederland om relatief kleine oppervlaktes van de Noordzee, zeker in vergelijking met de oppervlaktes die in de overigens druk bezette Noordzee worden gebruikt voor militaire doeleinden, scheepvaartzones, e.d.

-         Verwezen wordt naar een kritische brief van 11 hoogleraren aan minister Kamp van EZ, waarin staat dat windenergie duurder uitpakt dan in het energieakkoord staat vermeld. Dit zijn overigens maar 3 hoogleraren, verenigd in het Nationaal kritisch Platform Windenergie, onder leiding van Kees le Pair, wiens berekeningen zijn gefileerd door het Energie Centrum Nederland (ECN). Op 14 januari jl. heeft minister Kamp de miscalculaties van het Nationaal Kritisch Platform Windenergie openlijk aan de orde gesteld en, geruggesteund door de berekeningen van het ECN, de heren keurig gewezen op hun foutieve berekeningen en aannames.

-         Bagatelliserend wordt over klimaatverandering gesproken en badinerend over wetenschappers (‘klimaatliefhebbers’ of ‘radicalen’) die pleiten voor maatregelen daartegen. De realiteit is dat de overgrote meerderheid van klimaatonderzoekers (95%) zich ernstige zorgen maakt en steeds vaker pleit voor radicale maatregelen. Eén van de belangrijkste opgaven waar wij als mensheid voor staan  wordt door Sommer miskend.     

-         Het Planbureau voor de Leefomgeving wordt door Sommer weggezet als ‘veel politiek en weinig wetenschap’. Ik weet uit eigen ervaring (heb zelf jarenlang gewerkt bij het PBL), dat dat instituut betrouwbaar en objectief  ‘grensonderzoek’ doet in het veld tussen beleid en wetenschap, waarbij men in de uiteindelijke beleidsaanbevelingen eerder te gematigd is dan te radicaal.

-         Er is geen causaal verband tussen de forse toename van duurzame energie in Duitsland en de toename van steen- en bruinkoolproductie. Het heeft ook niets te maken met de ‘phase-out’ van nucleaire energie na de ramp in Fukushima. Het is het gevolg van internationale prijsontwikkelingen: in Europa zijn de gasprijzen relatief hoog, in Amerika relatief laag, dat maakt kolen (deels goedkoop geëxporteerd uit Amerika), maar dit is slechts een tijdelijk effect. Ook de kolenmarkt heeft het moeilijk en binnen afzienbare termijn zullen ook in Duitsland tientallen kolencentrales worden gesloten.

-         Sommer veronderstelt dat grootschalige windenergie op zee niet leidt tot innovatie en schaalvoordelen. De werkelijkheid is precies andersom: de productie van windmolens op deze schaalgrootte zit nog in de beginfase en heeft een steile leercurve, waardoor productietoename leidt tot een sterke reductie van de kosten en veel innovatie. Het PBL heeft berekend dat elke euro die wordt geïnvesteerd in windenergie drie euro oplevert aan werkgelegenheid, innovatie en economische structuurversterking. Dit in tegenstelling tot elke euro investering in fossiele energie, die de samenleving twee euro kost.

-         De veronderstelling dat het energieakkoord ‘geruisloos tot stand is gekomen’ en dat ‘iedereen voor was’ is ver bezijden de waarheid. Veel (milieu)partijen waren niet echt gelukkig met het energieakkoord, omdat het niet doet wat echt nodig is, maar hebben vooral getekend (maar niet na heftige onderhandelingen)  vanwege de forse toename in windenergie die de komende jaren gerealiseerd wordt.  En dat het niet echt pijn doet, zoals ik heb gemeld, komt omdat het werkelijke probleem, de zware energie-intensieve industrie, niet wordt aangepakt. Dat impliceert namelijk een machtswisseling, en precies dat is nu in Duitsland gaande en in Nederland nog lang niet. In Duitsland is meer dan 50% van de schone energie die is geïnstalleerd de laatste 5 jaar in handen van burgers. In Nederland minder dan 1%.

Bovenstaande staat los van mijn persoonlijke opvatting over windenergie, want zo enthousiast ben ik daar niet over, zeker niet grootschalig en in een te snel tempo op land. Het vergroenen van onze industrie zou veel meer prioriteit moeten krijgen.

Mijn punt is: van een verslaggever zou je mogen verwachten dat hij zich verdiept in de materie en daar met kennis van zaken over schrijft. En wat Martin Sommer heeft geleverd is broddelwerk. Ergo: Sommer, houd je bij je leest, de politiek, dat is al ingewikkeld genoeg.