Sinds het klimaatakkoord in Parijs en de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties in 2015 heeft de wereld gekozen voor duurzame energie, ingebed in een schone en inclusieve economie. Scherpe klimaat- en duurzaamheidsdoelen zijn geformuleerd en onderschreven door 195 landen, wat een formidabele opgave vormt. Van een lineaire, fossiele, op koolstof gebaseerde economie naar een circulaire, schone, op groene grondstoffen gebaseerde economie.

Voor Nederland, nog diep geworteld in de fossiele economie, betekent dit volgens ons dé grote uitdaging voor de komende decennia. Nog steeds bungelt Nederland onderaan de Europese ranglijst wat betreft duurzame energie, en van alle Europese landen staat Nederland momenteel het verst van zijn duurzame energie doelstelling af. Dit moet snel veranderen. Alleen een langdurige inspanning, gebaseerd op een consistente combinatie van visie, strategie en actie, kan helpen om Nederland koploper te maken in de nieuwe economie.

Dat vraagt om moed en leiderschap. Want de transitie naar een nieuwe, schone en inclusieve economie kent niet alleen winnaars maar ook verliezers. Iedereen gaat het voelen in zijn portemonnee, de overheid, bedrijven en burgers. Maar het levert ook veel op: werkgelegenheid, innovatie en een nieuw economisch perspectief. Het makkelijkste deel van de grote transitie hebben we inmiddels achter de rug, het moeilijkste deel komt nog. De transformatie naar een aardgasloze woningvoorraad, naar een industrie gebaseerd op groene grondstoffen, naar een duurzaam en klimaatslim landbouwsysteem, naar een elektrisch gedreven mobiliteitssysteem, en naar een nieuwe, decentrale, digitale energie-infrastructuur. Kortom, de transitie naar een fossielvrije economie, een ongekende uitdaging, vergelijkbaar met de industriële revolutie en sociale modernisering in de tweede helft van de 19de eeuw.

Daarom doen wij een dringend beroep op het nieuwe kabinet om fors te investeren in de nieuwe economie. Zo’n 200 miljard is de komende decennia nodig om een nieuwe, slimme infrastructuur op te bouwen (zowel digitaal als fysiek voor energie, water, mobiliteit). Het gaat hierbij niet alleen om ‘hardware’, maar ook en vooral om ‘software’: investeringen in mensen, met name in kennis, arbeid, scholing en nieuwe manieren van organiseren. Dat levert heel veel maatschappelijke winst op: economisch [honderdduizenden banen en innovatie], ecologisch [realiseren van de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen], en sociaal [sociale innovatie, meer wendbare en beter voorbereide mensen]. Investeert Nederland niet op grote schaal, dan mist het de boot ten opzichte van andere landen en dreigt er bovendien een tweedeling in de samenleving, in die zin dat een grote groep mensen afhaakt, voor wie onvoldoende zinvol werk is. Vanuit dit perspectief doen wij 12 concrete aanbevelingen om de transitie naar een nieuwe, groene en inclusieve economie op korte termijn te versnellen. Deze voorstellen grijpen aan op meerdere terreinen tegelijk en leiden tot systeemwijzigingen in economische, sociale en juridische zin, en vergen dan ook een integrale implementatiestrategie.

1. Benoem een minister voor Energie en Klimaat. 

Deze minister van energie en klimaat krijgt een eigen ministerie. Dit nieuwe ministerie moet leiding gaan geven aan de energietransitie, met als eerste taak het tot stand brengen van een klimaatwet, waarin de klimaatdoelstellingen expliciet zijn vastgelegd.

2. Zet in op brede fiscale vergroening. 

Dit thema is essentieel voor de nieuwe economie. ‘De vervuiler betaalt’ wordt het uitgangspunt. Milieubelastende en energieverslindende productie en consumptie moeten sterker worden belast, bijvoorbeeld door het invoeren van een CO2-belasting, of door het opheffen van de vrijstellingen op belastingen voor fossiele energieproducenten, terwijl energiebesparende en milieuvriendelijke activiteiten, producten en diensten worden gestimuleerd. Het indirect subsidiëren van fossiele brandstoffen via fiscale-, schaal-, en investeringsvoordelen wordt afgeschaft.

3. Geef CO2 een reële prijs en voer een CO2-heffing in. 

Dit is een zeer effectief beleidsinstrument om de CO2-uitstoot te verminderen. Effectiever dan het CO2-emissiehandelssysteem, dat in de praktijk niet blijkt te werken omdat het onvoldoende prikkels in zich draagt om de CO2-uitstoot te verlagen. Zweden heeft al lang geleden een CO2-belasting ingevoerd, waardoor de CO2-uitstoot fors is afgenomen. De extra inkomsten voor de staat kunnen in de nieuwe economie worden geïnvesteerd, en in compensatie van energie armoede voor mensen met lage inkomens. Ook moet Nederland in internationaal verband pleiten voor een mondiale koolstofprijs. Zonder een mondiale koolstofheffing zal het onmogelijk zijn om de klimaatdoelen van Parijs te halen.

4. Stimuleer de renovatie van bestaande woningen naar energieneutrale woningen. 

Wij stellen twee maatregelen voor. Ten eerste het uitbreiden van de Nationale Hypotheek Garantie, zodat investeringen in energieneutrale woningen daar ook onder vallen. Met een Nationale Hypotheek Garantie krijgt de particuliere eigenaar investeringszekerheid via een lagere rente op de hypotheek. En de financier krijgt zekerheid doordat leningen met een Nationale Hypotheek Garantie minder solvabiliteit vereisen. En ten tweede het verstrekken van een aanloopsubsidie van 2 miljard voor het energieneutraal maken van particuliere woningen. Gemiddeld is zo’n energieneutrale oplossing nog 40% te duur (verschil tussen marktconforme energiesomprijs en de kostprijs). Het idee is dat de overheid dit overbruggingsbedrag subsidieert om de markt op gang te helpen zodat versneld schaalgrootte en daarmee kostendaling ontstaat. Vergelijk het met wind op zee, waarbij de overheid het verschil bijlegt tussen de marktconforme prijs van elektriciteit en de kostprijs van wind op zee. Hierdoor daalt de kostprijs sterk en vindt sneller opschaling plaats. In dit geval kunnen tenders worden uitgeschreven van minimaal 10.000 woningen.

5. Stimuleer de grootschalige opwekking van duurzame energie. 

Forse investeringen zijn nodig om duurzame energie op te schalen de komende jaren. Specifiek de opschaling van wind op zee, zon op daken en geschikte terreinen, duurzame warmte en geothermie. Wij stellen een verdubbeling van de SDE+ regeling voor, als aanjaagmechanisme voor de ondersteuning van private investeringen in duurzame energie opwekking.

6. Sluit de 5 resterende kolencentrales uiterlijk in 2020, met een minimale vergoeding voor de eigenaren van die centrales. 

Hierdoor daalt de CO2-uitstoot significant in Nederland en halen we de CO2-reductiedoelstelling van 25% in 2020 t.o.v. 1990. Er is een breed maatschappelijk en politiek draagvlak voor het sluiten van de kolencentrales. Bedrijven als Nuon en Engie overwegen al hun kolencentrale te sluiten. Andere bedrijven willen hun centrale ombouwen tot biomassacentrale, maar dit kost miljarden aan subsidie, levert niet de gewenste CO2-reductie op, genereert nog steeds grote hoeveelheden fijnstof en NOx, en draagt niet bij aan de opbouw van een duurzame energie-infrastructuur. Het gebruik van bijvoorbeeld een steenkoolbelasting zorgt voor sluiting tegen de laagste kosten

7. Voer een kilometerheffing in. 

Dit markeert de transitie van het belasten van autobezit naar autogebruik. Invoering van betaling voor autogebruik is een wereldwijde trend en is in Nederland onvermijdelijk. Niet alleen om de toenemende files terug te dringen, maar ook de CO2-uitstoot, waarvan het wegverkeer ca. 20% voor zijn rekening neemt. Een kilometerheffing is kansrijk, omdat het gedifferentieerd kan worden ingevoerd, naar plaats en tijd, en naar verbruik en uitstoot van de verschillende voertuigen. Tegelijkertijd dient dit gepaard te gaan met forse investeringen in het innoveren van het openbaar vervoer. De inkomsten die de overheid genereert met een kilometerheffing kunnen hiervoor worden aangewend.

8. Stimuleer de ontwikkeling van regionale campussen op het gebied van leren-werken-ondernemen voor de nieuwe economie. 

Dergelijke campussen zijn creatieve broedplaatsen waar bedrijven en kennisinstellingen gezamenlijk werken aan innovatieve toepassingen voor de nieuwe economie. Juist het beroepsonderwijs vormt het scharnier voor de nieuwe, regionale maakindustrie die de komende jaren ontstaat. Elke regionale campus richt zich op specifieke thema’s, die passen bij de kernkwaliteiten van de regio, van klimaatadaptatie tot de circulaire economie, en van voeding & beweging tot de nieuwe maakindustrie.

9. Geef duurzaamheid een belangrijke plek in het onderwijs. 

Ons onderwijs heeft een belangrijke taak om kinderen en jongeren voor te bereiden op een duurzamere wereld. Het thema duurzaamheid geeft inzicht in hoe mensen samen kunnen leren om binnen ecologische grenzen een leefbare, eerlijke en houdbare wereld te creëren. Geef ruimte en ondersteuning aan scholen om duurzaamheid een belangrijke plek te geven in het curriculum.

10. Creëer juridische experimenteerruimte voor de nieuwe economie. 

Nog steeds zijn er tientallen belemmerende wetten en regels die haaks staan op de nieuwe economie, steeds vaker op Europees niveau. De afvalstoffenwet- en regelgeving is een berucht voorbeeld, die hergebruik van afval verhindert, terwijl dat een essentieel onderdeel is van de circulaire economie. Een ander voorbeeld betreft de verduurzaming van de gebouwde omgeving, die nogal eens wordt belemmerd door welstandscommissies of monumentenzorg. Het voorstel is om belemmerende wetten en regels te versoepelen, of tijdelijk buiten werking te stellen, om zodoende experimenteerruimte te creëren voor de nieuwe economie. Onderwijl kunnen we werken aan betere en slimmere wet- en regelgeving.

11. Kom met een adequate oplossing voor de aardbevingsschade in Groningen. 

De schadeafhandeling moet onafhankelijk geregeld worden, en iedereen die schade heeft moet schadeloos gesteld worden middels een schadefonds van 5 miljard. Het aardgasniveau moet in 5 jaar tijd naar een veilig niveau van 12 miljard m3 per jaar, conform het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen, en in 15 jaar tijd afgebouwd worden naar 0. Groningen kan dé voorbeeldprovincie worden voor de transitie naar een aardgasloze economie. Uit allerlei studies blijkt dat dit kan.

12. Ontwikkel een investeringsfonds voor bedrijven die willen investeren in duurzame (maatschappelijke en ecologische) innovaties. 

Dit sluit aan op het investeringsfonds Invest NL van voorlopig 2.5 miljard, maar dan grootschaliger en innovatiever. De transitie naar een duurzame economie vraagt om grootschalige (co-)financiering, waarbij overheid en private investeerders gezamenlijk kapitaal beschikbaar stellen voor duurzame innovaties. Het idee is een revolverend investeringsfonds op te zetten naar het model van Dutch Good Growth Fund. Daarnaast zijn leningen tegen gunstige voorwaarden en kapitaalgaranties vereist.

 

Bekijk hier de lijst van hoogleraren die meedoen met de actie, onder aanvoering van Jan Rotmans.

Ruud Balkenende, hoogleraar Circular Product Design aan de TU Delft
Theo Beckers, emeritus hoogleraar Duurzame Ontwikkeling aan de Tilburg University
Cees van Beers, hoogleraar Inovatiemanagement aan deTU Delft
Jeroen van den Bergh, hoogleraar Environmental Science & Technology aan de Barcelona University
Frank Biermann, hoogleraar Politicologie en Milieubeleidswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam
Jacqueline Bloemhof, hoogleraar Social Sciences aan de Wageningen University & Research
Peter van Bodegom, hoogleraar Enviromental Biologyn aan de Universiteit Leiden
Ellen van Bueren, hoogleraar Urban Development Management aan de TU Delft
Jacqueline Cramer, hoogleraar Duurzaam Innoveren aan de Universiteit Utrecht
Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft
Peter Driessen, hoogleraar Milieumaatschapijwetenschappen aan de Universiteit Utrecht 
Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde aan de Universiteit Utrecht
Josee van Eijndhoven, emeritus hoogleraar Duurzaamheidsmanagement Erasmus Universiteit Rotterdam
Jan Eijsbouts, hoogleraar  Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen aan de Maastricht University
Gert-Jan Euverink, hoogleraar Products and Processes for Biotechnology in the Biobased Economy aan de Rijksuniversiteit Groningen. 
Reyer Gerlagh, hoogleraar Milieu-economie aan de Tilburg University
Pieter Glasbergen, hoogleraar Beleidswetenschap aan de Universiteit van Amsterdam
John Grin, hoogleraar Beleidswetenschap en systeeminnovaties aan de Universiteit van Amsterdam
Vincent Gruis, hoogleraar Housing Management aan de TU Delft
Michiel Haas, hoogleraar Materialen en Duurzaamheid aan de TU Delft
Wim Hafkamp, hoogleraar Milieukunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Anke van Hal, hoogleraar Sustainable Building & Development aan de Nyenrode Business University
Zef Hemel, hoogleraar Urban and Regional Planning aan de  Universiteit van Amsterdam
Arjen Hoekstra, hoogleraar Water Management aan de Universiteit Twente
Kees Hummelen, hoogleraar Chemie aan de Rijksuniversiteit Groningen
Harry Hummels, hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving aan de Maastricht University
Ekko van Ierland, hoogleraar Milieu-economie in het bijzonder Natuurlijke Hulpbronnen aan de Wageningen University & Research
Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Rene Kemp, hoogleraar Innovatie en Duurzame Ontwikkeling aan de Maastricht University
Arjo Klamer, hoogleraar  Economics of Art and Culture aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Alfred Kleinknecht, emeritus hoogleraar Economie van Innovatie aan de TU Delft
Gijsbert Korevaar, hoogleraar Sustainable Development & Technology aan de TU Delft
Harold Krikke, hoogleraar  Supply Chain Management aan de Open Universiteit
Carolien Kroeze, hoogleraar Water Systems & Global Change aan de Wageningen University & Research
Patricia Lago, hoogleraar hoogleraar Software Engineering Vrije Universiteit van Amsterdam
Rik Leemans, hoogleraar Milieusysteemanalyse aan de Wageningen University & Research
Kees van Leeuwen, hoogleraar Macro-Economie aan de Utrecht Universiteit
Harro van Lente, hoogleraar Chemie aan de Maastricht University
Pieter Leroy, hoogleraar Milieu en Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Derk Loorbach, hoogleraar Socio-economic Transitions aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Peter Luscuere, hoogleraar Installatietechniek / C2C aan de TU Delft
Dewanand Mahadew, hoogleraar Bouwkunde Architectuur aan de UBIS University
Pim Martens, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling aan de Maastricht University
Anthonie Meijers, hoogleraar Filosofie van de Techniek aan de Technische Universiteit Eindhoven
Gerard Mertens, hoogleraar  Management, Science & Technology aan de Open Universiteit
Cees Midden, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling aan de Technische Universiteit Eindhoven
Henk Moll, hoogleraar Natuurlijke Hulpbronnen & Duurzame Productie en Consumptie aan de Rijksuniversiteit Groningen
Wolf Mooij, hoogleraar Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer aan de Wageningen University & Research
André Nijhof, hoogleraar Corporate Social Responsibility & Business Ethics aan de Nyenrode Business University
Paquita Pérez Salgado, hoogleraar Management, Science & Technology aan de Open Universiteit
Ad Ragas, hoogleraar Milieu- Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Rob Raven, hoogleraar Geowetenschappen aan de Universiteit Utrecht 
Lucas Reijnders, hoogleraar Inkoopmanagement aan de Universiteit van Amsterdam
Hennes de Ridder, hoogleraar Methodisch en Integraal Ontwerpen aan de TU Delft
Sjoerd Romme, hoogleraar Ondernemerschap en Innovatie aan de Technische Universiteit Eindhoven
Annemieke Roobeek, hoogleraar Strategie & Transformatie Management aan de Nyenrode Business University
Jan Rotmans, hoogleraar Duurzame Systeeminnovaties en Transities aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Huub Savenije, hoogleraar Hydrologie en Waterhuishouding aan de TU Delft
Johan Schot, hoogleraar Sustainability Transitions aan de University of Sussex
Paul van Seters, hoogleraar Globalisering en Duurzame Ontwikkeling aan de Tilburg University
Wim Sinke, hoogleraar Photovoltaic Energy Conversion aan de Universiteit van Amsterdam
Sjak Smulders, hoogleraar Macro-Economie aan de Tilburg University
Daan van Soest, hoogleraar Milieu-Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam
Gert Spaargaren, hoogleraar Milieubeleid aan de Wageningen University & Research
Max Spoor, hoogleraar Development Studies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Jan Stel, hoogleraar Oceanische Ruimte en Menselijke Activiteit aan de Maastricht University
Frans Stokman, hoogleraar Methoden/Technieken Sociale Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen
Arjan van Timmeren, hoogleraar Environmental Technology & Design aan de TU Delft
Arnold Tukker, hoogleraar Duurzaam Innoveren aan de Universiteit Leiden
Rob van Tulder, hoogleraar International Business-Society Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Anne van der Veen, hoogleraar Ruimtelijke Economie aan de Technische Universiteit Twente
René Veenstra, hoogleraar Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen
Pier Vellinga, hoogleraar Klimaatverandering aan de Wageningen University & Research
Geert Verbong, hoogleraar Technology Innovation & Society aan de Technische Universiteit Eindhoven
Jonathan Verschuuren, hoogleraar Internationaal en Europees Milieurecht aan de Tilburg University
Louise Vet, hoogleraar Evolutionaire Ecologie aan de Wageningen University & Research
Marcel Visser, hoogleraar Seasonal timing of behaviour & Ecological genetics aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Wageningen University & Research 
Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
Bert de Vries, hoogleraar Energie en Mondiale Verandering aan de Universiteit Utrecht
Arjen Wals, hoogleraar Sociaal Leren & Duurzame Ontwikkeling aan de Wageningen University & Research
Arthur Weeber, hoogleraar Photovoltaic Materials and Devices aan de  TU Delft
Johan Wempe, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Tilburg University
Gail Whiteman, hoogleraar Duurzaamheid en Klimaatverandering aan de Lancaster University
Herman Wijffels, hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering  aan de Universiteit Utrecht
Cees Withagen, hoogleraar milieueconomie aan de VU.
Rafael Wittek, hoogleraar Theoretical Sociology aan de Rijksuniversiteit Groningen 
Arjen van Witteloostuijn, hoogleraar Economie aan de Tilburg University
Danielle Zandee, hoogleraar Sustainable Organizational Development aan de Nyenrode Business University
Aart de Zeeuw, hoogleraar Milieueconomie aan de Tilburg University
Bastiaan Zoeteman, hoogleraar Internationaal Duurzaamheidsbeleid aan de Tilburg University